Pijn na heelkunde

Chronische pijn na een operatie kan ontstaan wanneer zenuwen worden beschadigd of doorgesneden. In principe kan dat bij allerlei operaties gebeuren. Operaties die een aanzienlijk risico geven op zenuwpijn zijn een amputatie, liesbreukoperatie, herniaoperatie, knie- en heupoperatie, borstamputatie, het openen van de borst bij een hart- of longoperatie.
De pijn ontstaat vaak pas na maanden en kan langdurig aanhouden. Hierdoor ontstaat overgevoeligheid van de zenuwen of ze worden juist ongevoelig.

Een van de bekendste vormen van zenuwpijn na een operatie is fantoompijn. Dit is pijn in een lichaamsdeel dat er niet meer is vanwege een amputatie. Het voelt alsof dat lichaamsdeel er nog zit. De hersenen moeten na een amputatie nog wennen aan het idee dat het lichaamsdeel er niet meer is.

De klachten zijn meestal branderige, stekende en kriebelende pijn, overgevoeligheid bij warmte, koude en aanraking, pijn die altijd aanwezig is of juist in heftige pijnaanvallen, slapende armen of benen.

De pijn kan ook ontstaan ter hoogte van het litteken door beschadiging van een zenuwtak of doordat een zenuwtak gekneld zit in het littekenweefsel.

Behandelingsinformatie

Meestal wordt er een combinatie van verschillende soorten medicatie en/of behandelingen toegepast.

  • Medicatie (anti-epileptica, tricyclische antidepressiva)
  • Zenuwblokkade of -verdoving
  • Lokale infiltratie van het litteken
  • Behandeling met Qutenza®

MPC-behandelingen